Mitchel de Wit


Laten zien hoe het eraan toegaat


Mitchel de Wit probeerde een jaartje hbo luchtvaarttechniek, maar vond dat te theoretisch, rondde toen een B1.1- en een B2-opleiding af bij AM&TS, liep stage bij Corendon en werkt inmiddels als vliegtuigmonteur Cat. A op zowel de Boeing 737NG als de Boeing 767 bij TUI. Als beginneling in de praktijk en oud-student van AM&TS is Mitchel bij uitstek iemand die de vruchten plukt van het succes van AM&TS, weet hij wat er nog aan schort en wat er de komende jaren in het luchtvaarttechnisch onderwijs zou moeten veranderen.


“Vliegtuigmonteur is echt een mooi beroep. Het is echt een stukje vakwerk. Ik vind het een prachtig stukje techniek,” vertelt Mitchel enthousiast. Je hoeft maar even met hem te kletsen en je zou jezelf inschrijven bij AM&TS. “Voornamelijk de afwisseling van mijn werk vind ik heel leuk. Daar kwam ik wel achter na mijn stage bij Corendon waar alleen Boeing 737’s zijn. Dat was al leuk, maar nu ik hier bij TUI werk, geniet ik van de variatie tussen de B737NG, 737MAX, B767 en B787-toestellen. De ene keer heb je een wat kleiner toestel, de andere keer een groter toestel. De 787 is heel modern, de B737 is eigenlijk al jaren hetzelfde concept. Het is wel heel leuk om die verschillen te zien.”

Tien jaar AM&TS

Mitchel zit nu al een paar jaar niet meer op school, dus hij maakt het jubileumjaar niet mee als student. We vragen hem waar hij aan denkt bij tien jaar AM&TS. “Dan denk ik aan dat die school een heel goede job doet. Ik denk dat het onderwijs dat ze leveren echt wel uniek is. De mogelijkheid om op Part 147-niveau af te studeren maakt daarbij het verschil. Als ik kijk naar andere scholen en mensen die ik ken die ergens anders op school zaten, is het opleidingsniveau van de AM&TS echt hoger. Mensen die daarvandaan komen, hebben meer in te brengen en hebben meer basiskennis dan mensen die van andere mbo-scholen komen.”


Dus AM&TS biedt je perspectief in het werkveld, maar kijkend naar de opleiding zelf: hoe is bijvoorbeeld de overgang van onderwijsomgeving naar de praktijk? “Die vind ik top. Ik denk dat het ook heel veel scheelt dat de AM&TS op het terrein zit waar Fokker Services zit. Soms konden we tijdens praktijkuren bij Fokker helpen als het daar druk was. Je ziet dan al hoe het eraan toegaat bij een bedrijf. Er is eigenlijk geen verschil tussen school en bedrijf; bij Fokker deed je wel makkelijkere taken waarbij je niet zo veel van het vliegtuig hoeft te weten. Geluidsisolatie in de wand plaatsen, bijvoorbeeld, daar hoef je eigenlijk niet zoveel vanaf te weten. Maar daar begint eigenlijk wel de basis, want je ontmoet engineers die daar werken en een helpend handje nodig hebben. Daar kun je al heel veel van leren.”


Verbetering

Maar er is vast wel iets wat beter kan, toch? “Dat vind ik een lastige vraag. Ik denk dat de essentie van de opleiding dusdanig goed is, dat daar niet heel veel aan veranderd hoeft te worden. Maar je moet natuurlijk wel meegaan met de tijd, met name als het gaat om digitalisering. Het luchtvaarttechnisch onderwijs in het algemeen moet verschuiven, want de modernere vliegtuigen zijn veel meer computergestuurd. Vroeger was het een beetje houtje touwtje, zoals we dat noemen: alles met kabeltjes en katrolletjes. Tegenwoordig wordt bijna alles door de computer geregeld. Het zou al mooi zijn als je op school met de computer het vliegtuig kunt nabootsen en dan die simulatie met laptops kan aansturen. Er staan nu wat oudere kisten bij AM&TS waar niet zo heel veel computergestuurds in zit. Ik snap dat het moeilijk is voor een school om daarin te investeren. Een computer uit de luchtvaart koop je niet zomaar even, want die zijn erg duur en zijn fabrikanten huiverig om de software prijs te geven.”


In de praktijk

Heb je daar last van in de praktijk? “Ja, dat merk ik wel, ja. We hebben dan die B787, dat is echt een heel modern en computergestuurd vliegtuig. En eigenlijk werkt alles met software waar we vrij weinig over geleerd hebben op school. Als je in de cockpit van die B787 komt, kun je alles uitlezen. Misschien is dat nog niet zo’n rocket science, maar als je testen moet gaan doen, is dat best wel gecompliceerd. Het is niet zo: ik trek even hieraan en dan gebeurt dat. Er gebeuren honderdduizend dingen als je op één knopje drukt. Gelukkig word ik hier bij TUI daar wel in opgeleid. En je ziet ook wat je collega’s doen en je bevraagt hen heel veel. Ik denk dat dat key is, dat je álles vraagt wat je niet weet. Daar leer je heel veel van. Laat ook eens iemand die hier al twintig jaar werkt naast je zitten terwijl jij een beetje aanrommelt met de computer. Als het niet goed gaat, dan hoor je het wel.”

“Vliegtuigmonteur is echt een mooi
beroep. Het is vakwerk.”

Bedrijfsleven

Wat kan het bedrijfsleven dan bijdragen om het onderwijs te verbeteren? “Het is voor luchtvaartmaatschappijen moeilijk om computers of software te leveren, omdat het gaat om enorme bedragen. Bovendien zijn voor hen de belangen niet groot genoeg om die software te leveren aan een school. Maatschappijen investeren daar dan zoveel in zonder dat ze het gegarandeerd terugkrijgen. Er zijn ook leerlingen die van ‘jouw materiaal’ gebruik maken, vervolgens naar andere bedrijven gaan en niet meer terugkomen bij jou. Hier bij TUI investeren ze wel in stagiaires en in onderwijs als ze mensen binnenhalen, en proberen ze veel van het bedrijf te laten zien op banenbeurzen. Het is voor een luchtvaartmaatschappij door de regelgevingen erg lastig om zomaar je deuren open te zetten. Als dat zou makkelijk zou zijn, zouden veel meer mensen zien hoe interessant het vakgebied is.”


Maar er zijn natuurlijk wel degelijk belangen voor luchtvaartmaatschappijen, want ze hebben dringend nieuw technisch personeel nodig. Hoe zou dat aankomende tekort opgelost kunnen worden, denk je? “Zoveel mogelijk mensen opleiden, is misschien een beetje een open deur. Het is lastig, ja. Ik denk dat bedrijven er ook zelf veel in moeten investeren om het vak aantrekkelijk te maken, want de luchtvaart is best een gesloten wereld als je er niet in zit. Je probeert zoveel mogelijk van jezelf te laten zien binnen de mogelijkheden die er zijn.”


Toekomstige studenten

Mede door dit interview en de reeks waar dit gesprek deel van uitmaakt, willen we die inkijk in de luchtvaart geven. Daarom vragen we Mitchel of hij via deze weg nog wat wil zeggen tegen de huidige en toekomstige studenten. “Doe je best, let heel goed op, want dat helpt je al zo goed op weg. Probeer gewoon alles te vragen wat je niet weet. Daar leer je zoveel van. Denk niet: mijn tijd komt wel, het komt wel een keer op de cursus. Nee, je kan het beter gelijk vragen, dan heb je het al een keer gehad en blijft het ook veel beter hangen. Interesse tonen is denk ik echt key.”

Ja, hou mij op de hoogte!