Geert Keirens


De neuzen tegen het raam


“Dit is de kantine”, vertelt Geert Keirens tijdens een rondleiding door een verlaten VLOC.In het Vlaams Luchtvaartopleidingscentrum hangt een serene sfeer. Het is leeg, op enkele medewerkers, directeur Keirens en een interview verstorende schoonmaker na. De kantine kijkt uit over het vliegveld Oostende. “Nu is het vakantie,” legt Geert uit, “maar wanneer er hier in de pauze een vliegtuig landt, plakken alle neuzen tegen het raam.”


Het VLOC is een kennis- en dienstencentrum nabij de Belgische kustplaats Oostende. Op het bord bij de ingang zie je de namen van opleidingsverstrekkers die gebruikmaken van de faciliteiten van Keirens en zijn team. “Dit is de enige entiteit in Vlaanderen waar luchtvaarttechnische opleidingen aangeboden worden en die ook een praktijkomgeving heeft met vliegtuigen en helikopters waar studenten aan mogen werken. Onze studenten bestaan uit werkzoekenden, studenten en medewerkers van bedrijven.”

Meer dan faciliteren

Geert laat met enige bescheidenheid zijn kantoor zien, dat zich misschien wel op de beste plek van het pand bevindt: bovenin de hoek, uitkijkend op de banen van Oostende Airport. Het kantoor is ruim ingedeeld, want het zijn niet alleen werkplekken. Het VLOC doet namelijk meer dan opleidingen faciliteren, vertelt Geert. “Het is ook onze rol om de hele sector dichter bij elkaar te brengen: het onderwijs, de arbeidsdienstbemiddeling (tussen afgestudeerden, werkzoekenden en tewerkstellingsplaatsen) en de luchtvaartindustrie in de volle breedte. Door hen dichter bij elkaar brengen, kunnen wij de opleidingen ook beter laten aansluiten bij de noden van de bedrijven.”


Want die behoeften zijn er in Vlaanderen, net zo goed als in Nederland. “Er is toch een grote gap tussen het onderwijs en de industrie en de bedrijven zelf;” legt Geert uit, “die aansluiting is nog altijd niet optimaal. De bedrijven zijn vooral gefocust op optimale bedrijfsvoering en kijken niet altijd naar de behoefte op lange termijn.” Hij heeft daar wel een verklaring voor: “De luchtvaart is een heel cyclische sector. In economisch goede tijden gaat het heel goed en groeit het heel snel, maar wanneer er economisch wat tegenvallers zijn of er is crisis daalt die tewerkstelling ook snel.”


Kenbaar maken

Hoewel op een enkeling na alle studenten vrij hebben, zal het hier volgende week stampvol zijn. Overal hangen posters en er staan roll-upbanners van de job beurs van volgende week. “We brengen MRO-bedrijven in de luchtvaartindustrie en studenten die iets in de luchtvaart studeren hier samen. We verwachten hier in Oostende dan toch een vierhonderd studenten en een vijftiental bedrijven, maar ook overheden en Defensie.”


Geert is groot voorstander van een initiatief als de banenmarkt. Hij vindt dat bedrijven een betere langetermijnvisie moeten hebben ten aanzien van de opleiding van hun medewerkers, maar ook voor wat betreft de introductie voor het onderwijs. “Ze moeten hun deuren openen voor geïnteresseerde studenten. Laat de bedrijven hun jobs en hun sector beter kenbaar maken. Luchtvaart is nu vooral bekend om haar piloten en stewardessen en voor mensen aan de check-in, maar het is veel te weinig gekend dat er ook veel luchtvaarttechnici nodig zijn. In onze regio, Nederland en Vlaanderen, spreken we nog altijd over een tekort van vijfduizend jobs in die sector op dit moment.”


Samen werken aan EducAvia

Aanvankelijk was het de bedoeling dat we het interview met Geert op dezelfde dag als Frank Jansen van het NAG zouden doen. Dat heeft te maken met de samenwerking die VLOC, AM&TS, NAG en meer partijen vormen: Educavia. Aangezien dat een logistieke uitdaging bleek, deden we Delft en Oostende los van elkaar aan.


Er is te weinig overleg tussen de industrie en de scholen en om toch die gesprekken op gang te brengen, zochten de partners elkaar op. In ieder geval tot eind 2020 werken ze samen aan het Educavia-project. De naam is een samentrekking van ‘educatie’ en ‘aviation’ - het heeft niets te maken met cavia-onderwijs. Het interregionale project in Vlaanderen en Nederland heeft als hoofddoel om een sterke kennisregio te bouwen rond vliegtuigtechnische opleidingen met een extra focus op modulair onderwijs. Daarnaast richt de samenwerking zich op het vertalen van innovaties naar luchtvaarttechnische opleidingen. Tot slot willen de scholen de sector in z’n geheel promoten.

“Het is nodig om elkaars
noden goed te kennen.”

Alle actoren bij elkaar

“Ik denk dat het uniek is dat we heel wat actoren samengebracht hebben binnen Educavia,” vertelt Geert enthousiast terwijl we tussen de kisten in de centrale hal staan, “wat je niet ziet gebeuren op andere locaties. Dus we hebben iedereen in de regio die bezig is met die opleiding van vliegtuigtechnici bij elkaar gebracht, inclusief de bedrijven zelf. Onder meer door ledenverenigingen NAG (Netherlands Aerospace Group) en FLAG (Flemish Aerospace Group) erbij te betrekken, maar ook de overheden en de regionale overheden. Het is altijd door een sterk partnerschap waardoor je dingen sneller kan gaan realiseren.”


“Concreet willen we arbeidsmobiliteit kunnen verhogen richting Nederland en Vlaanderen. Door de Europese Part 147-certificering kunnen mensen die zo’n opleiding volgen overal in Europa aan de slag. Tevens willen we mogelijk maken dat veel Nederlands opgeleide mensen tewerkgesteld kunnen worden in Nederland én België en omgekeerd. Zo kunnen we naar één arbeidsmarkt bewegen.”


“Er wijzigt zoveel in de luchtvaart: door innovaties rondom elektrisch vliegen, gebruik van composietmateriaal en een nieuwe generatie van vliegen met drones, is er nood aan heel wat investering en vernieuwing van het onderwijs. Dan is het altijd goed om samen te werken in een regio om dat versneld mogelijk te maken. Maar ook willen we erkend worden binnen Europa en een aantrekkingskracht hebben voor studenten buiten onze regio om hier een opleiding te komen volgen.”


Wisselwerking

Dat Nederland en Vlaanderen een taal delen, wil nog niet zeggen dat ze in alles overeenkomen. Op de vraag hoe de samenwerkende onderwijsorganisaties elkaar aanvullen, weet Geert wel een antwoord. “In Nederland ligt de focus sterk op het secundaire niveau in het onderwijs, het niveau wat bij AM&TS wordt aangeboden en op het universitaire niveau in Delft. In Vlaanderen zijn we in de middenmoot iets sterker en dat kan elkaar aanvullen. Binnen het VLOC zijn er opleidingen op bachelor-niveau, secundair niveau (vergelijkbaar met het Nederlandse mbo) en er zijn opleidingen voor werkzoekenden. Momenteel wordt er ook gekeken naar mogelijkheden om bijvoorbeeld Part 66-examinering naar Vlaanderen te halen. En we staan ook iets verder in Vlaanderen in het introduceren van het hoger beroepsonderwijs waarbij mensen die een carrièreswitch willen maken later dan toch nog opgeleid kunnen worden tot vliegtuigtechnieker, wat nog niet in Nederland bestaat. Maar in Nederland hebben ze bij AM&TS een Part 147- en Part 66-opleidingscentrum. Dat hebben wij weer niet in Vlaanderen.”


Blik in de toekomst

Geert leidt ons naar enkele lokalen. Er zijn ‘gewone’ klaslokalen, maar ook opslagruimtes voor drones. “Als ik tien jaar vooruit kijk, hoop ik dat we die kennisregio gerealiseerd hebben, misschien kunnen we die zelfs nog ruimer opschalen. We gaan de Part 147-organisatie verder zetten na het project, zodat wij ook een examencentrum onder de koepel van AM&TS in Vlaanderen zullen gaan opzetten. We hebben denk ik een goed traject opgezet rondom innovaties met AM&TS, rondom promotie van ons onderwijs. En ik verwacht wel en ik hoop wel dat we het partnership kunnen verderzetten na het einde van het Educaviaproject eind 2020.”


Een ander lokaal gaat open. Zodra het licht aangaat, weerkaatst het fel op de witte neus van een vliegtuig. Achterin het lokaal staat een immense simulator. “Ik denk dat de gemiddelde leeftijd zo hoog is dat bedrijven weinig of beperkt zullen investeren om hun oudere technici te gaan omscholen naar die nieuwere technieken. Dat betekent dat wij voornamelijk er moeten voor zorgen dat er nieuwe technici instromen en voldoende technici opgeleid zijn rondom die nieuwe technieken. Dat is de grootste uitdaging.”


War on talent

Naast de immense namaakcockpit telt de lesruimte ook vr-brillen en andere technische snufjes. “De war on talent is ook hier gaande en er is in het algemeen een tekort aan technische mensen. Dat betekent dat we voldoende promotie en aandacht moeten vragen voor de vliegtuigtechnische opleidingen om voldoende jongeren warm te maken voor die sector.” Onder meer met nieuwe technieken probeert het VLOC jongeren te werven. Natuurlijk vragen we Geert ook naar zijn oplossingen om meer jongeren te werven. “We moeten deze sector meer kenbaar maken. Niet alleen een voorafspiegeling dat het een boeiende sector is, maar dat het ook een sector is die sterk groeit; we verwachten een verdubbeling van de luchtvaart in de komende twintig jaar. Dat betekent ook heel wat nieuwe jobs en daar zullen misschien wel carrièremogelijkheden zijn. Vergeet niet dat de opleiding tot vliegtuigtechnicus een ruime technische opleiding is. Er zijn heel veel andere sectoren, zoals de blauwe energie, de windmolens, waar vliegtuigtechnisch opgeleide mensen ook aan de slag kunnen.”


“Uiteindelijk is het nodig eigenlijk om die noden goed van elkaar te kennen. Om zo het aanbod van die opleiders beter te kunnen doen aansluiten op die van de industrie, maar ook dat we de studenten en de leerlingen ruimer gaan opleiden met een bredere school zodat ze in die cyclische omgeving en in andere sectoren ook beter tewerkgesteld kunnen worden.” Kortom, laten we dus samenwerken om mensen, jong en oud, zo enthousiast te krijgen dat ze tijdens hun lunch de neus tegen het raam drukken bij het opstijgen van een vliegtuig.

Ja, hou mij op de hoogte!