Corneel van Terheijden


Kennis én waarden doorgeven aan de volgende generatie


Midden in de hangaar van de Aircraft Maintenance & Training School staat een grote Fokker 100. Studenten lopen in en uit, sommigen sleutelen aan de kist via een gat in de romp en anderen krijgen uitleg van een docent. Dit vliegtuig heeft niet alleen een speciale plek in de school, maar ook in het hart van docent Corneel van Terheijden. Het binnenhalen ervan is zijn mooiste herinnering aan de school. “Dit vliegtuig hebben we met leerlingen uit elkaar gehaald. In grote delen weliswaar: de vleugels en de staartdelen moesten er helemaal vanaf. Met behulp van een officieel hijskraanbedrijf hesen we alles op diepladers. Hierbinnen zetten meerdere kranen de onderdelen op bokken. Samen met de leerlingen alles waterpas gezet en nu staat ze hier dan voor de komende tien jaar.”


Het interview met de leraar montage, elektro en plaatwerk vindt in de hangaar, onder lestijd, plaats. Regelmatig moet hij een antwoord herhalen, omdat de herrie van gereedschap het gesprek verstoort. Aan alles is te zien dat dit stukje van de school Corneels domein is. Toch was het docentschap niet iets dat hij van jongs af aan voor ogen had. “Ik had een gruwelijke hekel aan leren en school,” vertelt hij, “maar uiteindelijk sta ik nu aan de andere kant van het tafeltje. De belangrijkste reden dat ik koos voor docentschap is toch wel de combinatie van iets nalaten en kennis doorgeven aan de toekomstige generatie. Dat die volgende generatie op een goede manier, in een bedrijfsmatige situatie echt een vak leert. Ik denk dat dat het belangrijkste is, nog steeds.”


De vakman

Zijn eerste baan als vliegtuigspuiter leverde hem de bijnaam ‘de vakman’ op. Op zijn eerste diploma’s pronkten titels als ‘aspirant-vakman’ en ‘vakman industrieel lakverwerker’. Daarna werkte hij vijfentwintig jaar bij Fokker. “Ik leerde tijdens uitzendingen over de hele wereld allerlei verschillende culturen en andere manieren van werken kennen. Als docent kan ik nu uit die praktijk vertellen waarom leerlingen iets moet leren. Iets is niet bedacht om hen bezig te houden; het draait om de veiligheid van het vliegtuig. Dat ding moet wel blijven vliegen.”

“Wat ik de studenten van nu meegeef uit de tijd van vroeger zijn dezelfde normen en waarden als toen: wees jezelf, wees eerlijk. Zorg dat je iets van je toekomst maakt”, vertelt Corneel oprecht. Het lijkt gek dat het meest voorname wat een docent vliegtuigtechniek aan zijn studenten meegeeft, niet direct iets met techniek dan wel vliegtuigen te maken heeft. Corneel: “Natuurlijk heeft alles wat we hier doen wat met vliegtuigen te maken, maar uiteindelijk draait het gewoon om respect voor mekaar opbrengen. Wat je zelf niet wil dat mensen bij jou doen, doe dat ook bij een ander gewoon niet.”


Vage scheiding

Het vakgebied is op allerlei manieren veranderd sinds de tijd dat Corneel erin werkzaam was. Hoe bereid je toekomstige vliegtuigtechnici voor op zo’n snel veranderende werkomgeving? “Honderd procent voorbereiden op de toekomst lukt niet,” antwoordt Corneel, “want dit blijft een schoolomgeving. Toch proberen we hen wel voor te bereiden om met digitale technieken te werken. In dit vliegtuig zitten schermpjes, een stukje entertainment. Daarnaast hebben we ook altijd heel goede verbinding met het bedrijfsleven. We werken met digitale middelen van Airbus en met de online systemen van Fokker. Op die manier proberen we de overgang naar het bedrijfsleven zo soepel mogelijk te maken. De scheiding tussen school en het bedrijfsleven houden we het liefst zo vaag mogelijk. Studenten hebben nu drie jaar school en dan een jaar stage, maar zoals je zelf kunt zien hier, werken ze hier al met echte vliegtuigen.”

Corneel van Terheijden


“Ik had een gruwelijke hekel aan leren en school, maar nu sta ik aan de andere kant van het tafeltje”

Hoewel de vijfenzestigjarige docent houdt van lesgeven, blijft hij het ontwerpen, beletteren, het maken van stickers en letters het leukst vinden. Die passie voor reclame komt gelukkig nog goed van pas bij het promoten van de school en het geven van voorlichting over de school. “Het wordt toch wat vermoeiend om met mijn leeftijd in alle gaten te kruipen”, bekent hij. “Ik zou daarom graag nog meer de vliegtuigtechniek willen promoten. Ik heb bijvoorbeeld een techniekproject waarbij bezoekers iets in elkaar zetten met allerlei verschillende gereedschappen. We halen ook regelmatig basisschoolleerlingen naar hier, die hun vakkenpakket voor het vmbo moeten gaan kiezen.”


Techniek is mooi

Corneel is even stil en vervolgt dan: “Techniek is mooi. En techniek is bij lange na niet meer zoals vroeger: geen vies, zwaar werk. We hebben een Arbowet, dus er zijn ook allerlei hulpmiddelen en specialiteiten om het vak beter en gezonder te maken. Als ik potentiële studenten op een open dag spreek, hoor ik zo vaak: ‘Het is heel anders dan ik dacht. Het is helemaal niet vies. Het is niet vuil. Als ze iets op moeten tillen, vragen ze een collega of er is een apparaat voor om dat op te tillen. Je wordt er eigenlijk helemaal niet zo moe van.’ Dat klopt! Het is juist heel veel nadenken Je moet er serieus je verstand bij houden. Dit is geen lopendebandwerk.”


Onderwijseilanden

Corneel bereikt jaarlijks honderden jongeren met open dagen, bezoeken, gastlessen en promoties. Elk jaar melden zich vijftig tot zestig nieuwe leerlingen aan. Maar het aantal nieuwe studenten is bij lange na niet genoeg om tegemoet te komen aan het toekomstige tekort aan technisch personeel. Daarom doet Corneel aan het eind van het interview nog een oproep: “Tegen partners zou ik willen zeggen: probeer nog intensiever samen te werken met scholen. Vooral scholen die techniek promoten. We krijgen gelukkig spullen van Airbus en van KLM. We werken samen met onze partner Fokker hier rechtstreeks voor de deur en met Defensie waar we belangrijke onderdelen en onderwijsmaterialen van krijgen.”

“Wij kunnen als scholen niet zonder die bedrijven, want daar worden de nieuwe technieken verzonnen, geïntroduceerd en geproduceerd. Scholen moeten ervoor waken om geen ‘onderwijseiland’ te worden, zonder aansluiting met het ‘bedrijfsvasteland’. Wij moeten intensief blijven samenwerken. En dat kost bedrijven geld, dat snap ik. Het is geen core business voor ze, maar het is wel van levensbelang.”

Ja, hou mij op de hoogte!